Ik luister naar het geluid en de klank. Trillende lucht dat je trommelvlies laat trillen. In onze hersenen vindt uiteindelijk het proces van de waarneming plaats. We worden ons bewust van geluid en geven betekenis aan het geluid.
Ik luister naar het kind.
Wanneer ik het kind ophaal uit de wachtruimte en hoor ik haar zachte stem praten tegen de ouder.
In de spelkamer vertelt het meisje over het medisch onderzoek in het ziekenhuis. “Het ging héél goed!” klinkt het enthousiast. Vervolgens speelt ze in het ziekenhuisje de dokters: “Kóm! Je moet nu even wegen. Hier heb je een pilletje”, linkt het zelfverzekerd.
Mijn rol is “de ouders en het kind”, maar het meisje vertolkt de stemmen met zachte, geknepen piepstemmetjes. Het kind: ”Au, au, Ik heb zo’n buikpijn! Het wordt steeds erger!” Ouders, met net zo’n geknepen stemmetje: “Het komt wel góed hoor! Het komt ècht hélemaal goed!”
En in het spel kĂłmt het ook goed: de dokters en het gezin gaan samen op vakantie en het ziekenhuis is leeg, want iedereen is beter.
Wat een opluchting hoor ik in haar stem.
Ik luister naar mijn gevoel en volg mijn intuĂŻtie. Dat ongrijpbare gevoel van diepere wijsheid als waardevolle aanvulling van onze rationele kennis en waarnemingen. Zowel geluid als stilte zijn essentieel in deze zoektocht.
Samen hervinden we haar veerkracht door te spelen en te luisteren naar de klank, de boodschap, de stilte en het gevoel.